de Blokkendoos en de historie

De in het 2012 opgerichte vereniging heeft unaniem gekozen voor de naam De Blokkendoos. Hierbij een overzicht van deze markante trein die in Nederland heeft gereden.

Materieel ’24 / Blokkendoos was een serie elektrisch materieel van de Nederlandse Spoorwegen. Onofficieel werd het oorspronkelijk ook, naar het geluid van de motoren, aangeduid als Stofzuigers; na de komst van het elektrische stroomlijnmaterieel sinds 1935 werd deze benaming gaandeweg vervangen door Blokkendozen, naar het hoekige model. Bij het ontwerp van dit materieel (in 1924) werd gebruikgemaakt van de ervaringen die waren opgedaan met het eerste elektrische materieel in Nederland (het ZHESM-materieel uit 1908), gebruikt op de “Hofpleinlijn” (Rotterdam Hofplein – Den Haag HS / Scheveningen).

Het materieel was in eerste instantie bedoeld om gebruikt te worden op de “Oude Lijn” (Amsterdam – Den Haag – Rotterdam), die in 1924-’27 geëlektrificeerd werd. In de loop der tijd was het materieel op het gehele geëlektrificeerde net te zien. In 1931 kwam er nog een nalevering met de elektrificatie van de “Zaanlijn” (Alkmaar – Amsterdam / Haarlem). Er werden tussen 1923 en 1932 door diverse fabrieken totaal 130 motorrijtuigen en 129 rijtuigen afgeleverd.

Mat24rijtuig1Museum-Blokkendoos op station Nijmegen op 25 oktober 2007. Voorop het met stuurstandrijtuig Ces 8104

Kenmerken

Het materieel bestond uit motorrijtuigen en rijtuigen, waarmee min of meer vaste combinaties (treinstammen) gevormd werden, meestal bestaande uit twee

motorrijtuigen in treinschakeling en twee of drie tussenrijtuigen. De motorwagens waren aanvankelijk aan één zijde voorzien van een stuurstand. Ter vergroting van de inzetbaarheid werden later ook motorrijtuigen afgeleverd die waren voorzien van een vouwbalg, met daarnaast een (naar hedendaagse maatstaven krappe) bestuurderscabine.

Door de aanwezigheid van buffers en schroefkoppelingen kon dit materieel ook in getrokken treinen worden ingezet. Andersom konden ook andere typen rijtuigen, indien voorzien van een stuurstroomleiding, in blokkendoostreinen worden ingezet. Dit was vanaf 15 mei 1928 het geval in treinen op de Oude Lijn, waarin CIWL-restauratierijtuigen waren opgenomen.

In de Tweede Wereldoorlog werden combinaties van drie Blokkendoos-motorrijtuigen gebruikt als trekkracht voor goederentreinen, aangezien een toenemend aantal stoomlocomotieven door de bezetter werd gestolen of door beschietingen beschadigd was.

Buitendienststelling

Naarmate in het midden van de jaren ’50 nieuw materieel van het type Mat ’54 en getrokken rijtuigen Plan E werd afgeleverd, werd tussen 1955 en 1960 het grootste deel van de motorrijtuigen tot getrokken rijtuigen omgebouwd, waarbij de tractiemotoren en de stroomafnemers werden verwijderd. Een aantal motorrijtuigen werd tot motorpostrijtuig (mP) verbouwd, of tot dienstrijtuig voor diverse doeleinden (o.a. wegleren machinisten, ATB-meetrijtuig en railslijpwagen). In 1959 reden de laatste elektrische Blokkendoostreinen voor reizigersvervoer. De laatste getrokken Blokkendoosrijtuigen reden in 1972 in reizigerstreinen. Nadien zijn diverse rijtuigen verkocht aan museumspoorlijnen, onder andere de VSM en de SGB.

Museummaterieel

In de jaren ’80 werd, uit onderdelen van diverse rijtuigen, een elektrisch museumstel geconstrueerd, bestaande uit een motorrijtuig en een rijtuig met stuurstand. Dit stel werd in 1989 geheel gerestaureerd in dienst gesteld. In 1994 werd nog een tussenrijtuig, voorzien van restauratieafdeling, toegevoegd. Dit om de verhuurbaarheid voor gezelschappen te vergroten. Dit materieel bevindt zich thans in de collectie van het Nederlands Spoorwegmuseum te Utrecht.

Het museumstel bestond in eerste instantie uit een tweewagenstel, t.w. het motorrijtuig mBD 9107 en het stuurstandrijtuig Ces 8104. Dit laatste rijtuig heeft voordien nooit bestaan: de serie bestond uit de Ces 8101 tot en met de Ces 8103, gebouwd door Beijnes te Haarlem. Voor het museumtreinstel is in de Hoofdwerkplaats Amersfoort uit diverse restanten van oude blokkendoosrijtuigen aan het eind van de 20e eeuw een “nieuwe” Ces aan deze serie toegevoegd: de Ces 8104. Het later toegevoegde tussenrijtuig Cecr 8553 heeft de voordien nooit gebruikte aanduiding ‘r’ gekregen, voor restauratie.

Ook één der motordienstwagens (de Jaap) werd in de jaren ’90 door de Hoofdwerkplaats Haarlem als museumrijtuig gerestaureerd. Dit rijtuig mC 9002 is teruggebracht in de oorspronkelijke kleurstelling crème-groen uit de jaren ’20 en kan samen met het museumstel van het Spoorwegmuseum een vierrijtuigstel vormen.

Jules

Motordienstwagen “Jules” (ex-mBD 9006), Rotterdam CS (Adjudant – Wikipedia)

De “Jules” (zie afbeelding), van oorsprong motorrijtuig mBD 9006, de andere motordienstwagen welke in 1968 eerst de naam “Bromvlieg” droeg en in 1969 werd ‘omgedoopt’ tot “Jules”, is in 1976 omgebouwd tot ATB meetrijtuig en in de gele kleurstelling geschilderd. In 1992 werd dit rijtuig buitendienst gesteld, waarna het rijtuig in 1997 door de STIBANS werd verworven en geschilderd in de bruine kleurstelling als motorpostrijtuig mP 9204. Dit rijtuig is niet rijvaardig.

Daarnaast is er ook een aantal Blokkendoosrijtuigen in gebruik bij de Stoomtrein Goes-Borsele (SGB) en de Veluwsche Stoomtrein Maatschappij (VSM), waar ze worden getrokken door een stoomlocomotief. Tevens staan er op een camping te Eext nog twee rijtuigen. Een motorrijtuig en een getrokken rijtuig. In het Oostblok is het een en ander achter gebleven na de Tweede Wereldoorlog.

Op 3 november 2006 werd voor het eerst met een Museumblokkendoostrein bestaande uit zes rijtuigen gereden. Deze trein bestond uit de mC 9002, de drie rijtuigen van het Spoorwegmuseum en twee tussenrijtuigen van de SGB. Hiermee werd vanuit Haarlem een rit van meer dan 1.000 km door het land gemaakt om geld in te zamelen voor een goed doel.

Literatuur:

 

  • Van stoom tot stroom, N.J. Van Wijck Jurriaanse. De Alk, Alkmaar (1980) ISBN 90 6013 906 2.
  • De blauwe WR in Nederland, Kees Wijnnobel. Op de Rails, ISSN 0030-3321, april 2008.

 

Bron en foto’s: http://nl.wikipedia.org/wiki/Mat_’24